Inhammen bij vrouwen: Wat zijn de oorzaken en wat kun je er aan doen?
|
|
Tijd om te lezen 9 min
Winkelwagen
Je winkelwagen is leeg
|
|
Tijd om te lezen 9 min
Een terugwijkende haargrens is voor veel vrouwen schrikken. En het is een klacht waarover online veel wordt geschreven dat niet klopt.
Daarom pak ik het in dit artikel anders aan. Ik begin met de vraag die een arts als eerste zou stellen: wíjkt je haargrens echt terug, of wordt je haar over je kruin dunner?
Dat onderscheid bepaalt namelijk om welke aandoening het gaat en in een van de twee gevallen is snel handelen belangrijk.
De meest voorkomende oorzaak van haarverlies bij vrouwen is vrouwelijk patroonhaarverlies (androgenetische alopecia). Kenmerkend daarbij is dat het haar op de kruin dunner wordt en de voorste haargrens juist behouden blijft (1).
Wijkt de haargrens aan de voorkant en zijkanten wél duidelijk terug, eventueel met verlies van wenkbrauwen, dan is dat een reden om vlot naar een arts te gaan. Dit kan wijzen op frontale fibroserende alopecia, waarbij haarzakjes blijvend verloren gaan als er niet wordt behandeld (1, 2).
Bij vrouwen zijn ijzertekort en schildklieraandoeningen bekende, goed behandelbare oorzaken van haaruitval. Die zijn met bloedonderzoek vast te stellen (1).
Dit is het deel dat in de meeste artikelen over dit onderwerp ontbreekt, en het is precies het deel dat uitmaakt.
Vrouwelijk patroonhaarverlies (androgenetische alopecia)
Dit is de meest voorkomende vorm van haarverlies bij vrouwen. Het verloopt langzaam en geeft dunner wordend haar op de kruin en de bovenkant van het hoofd.
Kenmerkend is dat de voorste haargrens meestal juist behouden blijft, anders dan bij mannen. De haarverdunning is ook minder uitgesproken dan bij mannelijke kaalheid (1, 2).
Frontale fibroserende alopecia
Dit ziet er in het begin uit als ernstig patroonhaarverlies, maar hier wijkt de haargrens aan de voor- en zijkanten juist wél terug.
Vaak gaan ook de wenkbrauwen deels verloren, en soms lichaamshaar. De haargrens kan er iets rood of schilferig uitzien rond de resterende haren.
Deze vorm komt vooral, maar niet uitsluitend, bij vrouwen na de menopauze voor (2).
Frontale fibroserende alopecia is een littekenvormende vorm van haaruitval. De haarzakjes worden vervangen door bindweefsel en gaan daarmee blijvend verloren.
Behandeling kan de aandoening remmen, maar wat weg is, komt niet terug.
Daarom geldt: hoe eerder gezien, hoe meer er te behouden valt (1, 2).
Belangrijk: wijkt je haargrens aan de voorkant of bij je slapen zichtbaar terug, verlies je wenkbrauwhaar, of heb je pijn, branden of jeuk op je hoofdhuid? Maak dan een afspraak bij je huisarts en vraag om beoordeling door een dermatoloog. Wacht niet af en begin niet eerst maandenlang met supplementen (1).
Nu je het verschil kent tussen de twee hoofdvormen, is het tijd om dieper te kijken naar wat een terugwijkende haargrens bij jou concreet kan veroorzaken.
Vrouwelijk patroonhaarverlies heeft een erfelijke component en hangt samen met een genetisch bepaalde gevoeligheid van de haarzakjes voor androgenen.
Het is dus niet zeldzaam bij vrouwen. Het is de meest voorkomende oorzaak, en de kans hierop neemt toe na de menopauze, wanneer de oestrogeenproductie daalt en de verhouding met androgenen verschuift (1, 2).
Dit is wat mensen meestal bedoelen als ze zeggen dat stress hun haar heeft doen uitvallen. Het mechanisme is dat een groot deel van je haarzakjes gelijktijdig vroegtijdig in de rustfase (telogeenfase) overgaat.
Ongeveer twee tot drie maanden na de gebeurtenis begint het haar dan opvallend uit te vallen (1).
Wat het kan uitlokken: een bevalling, een operatie, hoge koorts of een infectie, ernstige psychische belasting, snel gewichtsverlies of een crashdieet, en het starten of stoppen van bepaalde medicatie of anticonceptie (1, 3).
Het goede nieuws: telogeen effluvium is doorgaans tijdelijk en herstelt meestal binnen ongeveer zes maanden nadat de oorzaak is weggenomen (1).
En om het misverstand uit de wereld te helpen: het is niet zo dat stress "melkzuur vrijmaakt dat de haarwortel aantast". Dat mechanisme bestaat niet. Het gaat om een verschuiving in de haargroeicyclus.
Veel moeders herkennen dit: een aantal weken tot maanden na de bevalling valt het haar flink uit. Dat is telogeen effluvium, uitgelokt door de scherpe daling van het oestrogeenniveau na de bevalling. Het haar groeit in de regel weer terug (1).
Langdurige trekkracht op de haargrens, denk aan strakke staarten, knotten, extensions of vlechten, kan haarverlies bij de haargrens geven.
In het begin is dit omkeerbaar; bij langdurige belasting kan het blijvend worden. Voor een terugwijkende haargrens is dit een van de weinige oorzaken die je zelf direct kunt wegnemen.
Maak een afspraak bij:
Meestal begint het onderzoek met een bloedtest, waarbij onder andere ferritine en TSH worden gemeten. Twijfelt de arts over de diagnose, of is er een vermoeden van een littekenvormende vorm? Dan volgt een verwijzing naar de dermatoloog (1).
Goed om te weten: haarverlies raakt veel vrouwen emotioneel harder dan de omgeving vaak denkt, en het gaat regelmatig samen met angst- en stemmingsklachten. Dat is een legitieme reden om het met je huisarts te bespreken, ook los van het haar zelf (1).
Niet elke oorzaak van haaruitval kun je zelf beïnvloeden, maar een aantal dingen wel. Hieronder de concreetste stappen.
Ik ontwikkel supplementen, dus laat me hier precies zijn.
IJzer, zink, biotine (B8) en selenium spelen allemaal een rol bij gezond haar, maar niet op dezelfde manier. Voor geen van deze stoffen geldt de logica "meer is beter": aanvullen helpt vooral wanneer er daadwerkelijk een tekort is.
Is er geen tekort, dan is er geen reden om extra effect te verwachten (4, 5).
Een paar punten die je moet weten:
Wat een supplement níet is: een behandeling voor een terugwijkende haargrens. Vermoed je een littekenvormende vorm, of houdt de uitval aan, dan is de route naar de huisarts effectiever dan de route naar een potje.
Er is niet één behandeling die voor iedereen werkt, maar de richtlijnen zijn wel duidelijk over wat een reële kans op resultaat geeft. Hieronder een overzicht.
Een terugwijkende haargrens aan weerszijden van het voorhoofd.
Ja, maar bij vrouwelijk patroonhaarverlies blijft de voorste haargrens juist meestal intact. Wijkt die duidelijk terug, dan is dat een reden om andere oorzaken te laten uitsluiten (1, 2).
Vrouwelijk patroonhaarverlies (androgenetische alopecia), gevolgd door telogeen effluvium, tractiealopecia en tekorten zoals een laag ferritine (1).
Ernstige belasting kan telogeen effluvium uitlokken, waarbij je ongeveer twee tot drie maanden later meer haar verliest. Dat is doorgaans tijdelijk. Stress is niet de meest voorkomende oorzaak van een terugwijkende haargrens (1).
Een littekenvormende vorm van haaruitval waarbij de haargrens aan voor- en zijkanten terugwijkt, vaak met verlies van wenkbrauwen. Verloren haarzakjes komen niet terug, dus tijdige beoordeling door een dermatoloog is belangrijk (2).
Dat hangt van de oorzaak af. Bij telogeen effluvium en bij een behandeld tekort meestal wel. Bij een littekenvormende vorm niet. Bij patroonhaarverlies kan behandeling verdere achteruitgang remmen (1, 2).
Meestal onder andere ferritine en TSH, om ijzertekort en schildklierproblemen uit te sluiten. Bij aanwijzingen voor een hoger androgeenniveau volgt aanvullend onderzoek (1).
Aanvullen helpt vooral bij een aangetoond tekort. Zonder tekort is er geen reden om effect op de haargrens te verwachten. Gebruik je biotine, meld dat dan bij bloedonderzoek (4).
Ja. Langdurige trekkracht van strakke staarten, knotten, vlechten of extensions kan tractiealopecia geven. In het begin herstelt dat, bij langdurige belasting kan het blijvend worden.
Ja, met kapselkeuze, haarpoeder of een haarstukje. Dat is een prima oplossing, maar laat de oorzaak wel onderzoeken.
Ja. Na de menopauze daalt de oestrogeenproductie, wat patroonhaarverlies kan verergeren. Of hormoontherapie in jouw situatie passend is, is een medische afweging die je met je arts maakt, niet iets om zelf op te starten voor je haar (1).
Gebruikte bronnen